In Rome in de jaren 60 begonnen als ontwerpster van sieraden, is Marijke Kok in de jaren 70 overgegaan op het ontwerpen van kleding. Ze kreeg bekendheid met haar boetiek annex kunstgalerie in Arnhem en heeft shows gegeven in het Gemeentemuseum en Theater aan de Rijn in Arnhem. In die tijd begon ze met het maken van porseleinen fantasiepoppen waarbij vooral de bijzondere kleding en hoofdtooien opvielen. Deze poppen zijn 4 jaar permanent geëxposeerd in de Parijse galerie New Form in Rue St. Denis.
Wegens de hoge leeftijd van de galeriehoudster werd de galerie begin jaren 80 gesloten en Marijke Kok heeft hierna een productiebedrijf opgezet dat al heel snel internationale bekendheid verwierf. In de negentiger jaren werkten 60 mensen, waarvan 55 thuiswerksters, aan de productie. Er werden collecties ontworpen voor internationale grossiers, het porselein werd naar eigen ontwerp in Taiwan gegoten en in containers aangeleverd. In die tijd is, bij toeval, de "kokografie" ontdekt, een 2/3 dimensionale techniek waarvoor zowel in Europa als in de US patent is toegekend.
Eind jaren 90 zijn er grote veranderingen in het bedrijf gekomen. Wegens de aard van het bedrijf en de vele werkplekken die het had, werd het atelier gevraagd werkplekken te creëren voor jongeren met een lichamelijke, geestelijke of sociale handicap. De opvang en begeleiding van deze groep ging zo goed dat steeds meer cliënten, waaronder ook volwassenen, door o.a. de gemeente Ede en het toenmalige GAK werden aangemeld. In die periode werd het atelier voor de begeleiding van deze cliënten door de opdrachtgevers voor het eerst betaald.
Toen ook met deze groep positieve resultaten werden behaald heeft het atelier, op verzoek van de gemeente Apeldoorn, ingeschreven op de Europese aanbesteding 2000 en deze is ook aan het atelier toegewezen. Op dat moment is dochter Lotte uit de advocatuur gestapt en heeft de algemene leiding van de inmiddels twee bedrijven (Apeldoorn en Deventer) op zich genomen.
